Wat maakt het merk Citroën
Redacteur Koen Zweers beschrijft in een serie artikelen per letter van het alfabet twee automerken die hij tegen elkaar afzet. De focus ligt hierbij op het imago van de merken en hoe dit imago in de loop der jaren tot stand is gekomen. Parallellen en verschillen tussen de twee gekozen merken komen ook aan bod.
“Een nieuwe serie over automerken, hun imago, het ontstaan daarvan en de eigenschappen die het merk maken. Een belangrijke noot vooraf: als schrijver behoud ik me het recht voor om niet volledig objectief te zijn en bij tijd en wijle naar hartenlust te generaliseren. Niet mee eens? Mooi! Plaats onderaan je reactie.”
Naast de C van Cadillac is het ook de C van Citroën. Hoe is het merk ontstaan? Waar komt de naam vandaan? We richten ons op datgene waar een merk op dit moment voor staat, maar het hoe en wat snappen we alleen als we daarbij kijken naar (merk)geschiedenis en erfenissen uit het verleden. We kijken naar Citroën en vergelijken met Cadillac.
Citroën
Eerst iets over de geschiedenis van de naam van het merk. De opa van oprichter André Citroën was een handelaar in groenten en fruit. Bij de invoering van de Nederlandse burgerlijke stand in 1811 werd hij verplicht een achternaam te kiezen. Passend bij zijn beroep werd dit Limoenman. Zijn zoon veranderde dit later in Citroen. André’s vader verhuisde in 1873 van Amsterdam naar Parijs, waar André in 1878 werd geboren. Toen hij naar de middelbare school ging, schreven zijn docenten zijn naam als Citroën.
Vooruitstrevend vanaf de start
André Citroën is opgeleid als ingenieur. In 1900 ontdekt hij tijdens een reis door Polen hoe tandwielen met een V-vormige vertanding, ofwel in de vorm van chevrons geproduceerd kunnen worden. Hij verwerft een Russisch patent en start een bedrijf: de Société des Engrenages Citroën, dat zich richt op de productie van tandwielen.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog richt Citroën zich op de productie van granaten, waarbij de lopendebandtechniek van Henry Ford wordt toegepast. Na het zwijgen van de kanonnen heeft André voldoende startkapitaal om het bedrijf om te vormen tot een automobielfabriek. Als logo kiest hij voor de dubbele chevron. Hoewel het logo in de loop der jaren wel is gewijzigd, vormen de chevrons nog altijd de basis.
Eind mei 1919 introduceert Citroën de 10HP of type A. Het is de eerste aan de lopende band geproduceerde auto van Europa, die in een oplage van 10.000 exemplaren per jaar geproduceerd kon worden. In 1922 werd de Type A opgevolgd door de B2 met meer vermogen en een verbeterd koelsysteem. Deze auto wordt een commercieel succes. Parallel wordt de 5 CV geproduceerd: een kleinere auto waarvan de Trèfle, het klaverblaadje, de bekendste verschijningvorm is. Deze auto stond bekend om zijn betrouwbaarheid en solide bouw.
Meer dan een autofabriek
Citroën onderscheid zich niet alleen met zijn productiemethode, maar ook met vooruitstrevende marketingtechnieken én doorgevoerde ontwikkelingen op het gebied van arbeidsomstandigheden in de jaren ’20 en ’30.
Het bedrijf organiseert reclamekaravanen en wereldreizen per auto, sponsort de bewegwijzering in Frankrijk, stelt openbaar vervoer per (Citroën) bus in, treedt op als autoverzekeraar en komt als eerste met een dealer distributienetwerk. Vanaf 1925 schijnt de merknaam bijna negen jaar lang via 250.000 gloeilampen vanaf de Eiffeltoren.
Medewerkers van het bedrijf hebben toegang tot bedrijfsmaatschappelijk werk, een medische dienst, een dertiende maand, een kindercrèche en zwangerschapsverlof. André Citroën, die in 1935 aan kanker overlijdt, leeft zeker in Frankrijk voort als de man aan wie al deze –nu zo vertrouwde en gewone– faciliteiten te danken zijn.
Technologische ontwikkelingen
Net als Cadillac wil Citroën zich bewijzen door voorop te lopen met technologische ontwikkelingen. Een volledig stalen carrosserie is een belangrijk voorbeeld. In de Verenigde Staten werd dit al meer toegepast, maar in Europa was het in 1924 een volledig nieuw principe.
Citroën is de eerste grote autoproducent die in 1934 een voorwielaangedreven model in het gamma opneemt. De Traction Avant (7 CV). De zelfdragende carrosserie is een tweede innovatie die met dit model wordt geïntroduceerd. Tot dan werden chassis en carrosserie afzonderlijk geproduceerd. De Traction Avant wordt een succes en Citroën bouwt tussen 1934 en 1957 in totaal 770.000 exemplaren in een scala aan modelvarianten. Dat de Traction Avant een innovatief model is, blijkt ook uit het geringe aantal aanpassingen dat gedurende de 23 productiejaren is doorgevoerd.
Crisis, Tweede Wereldoorlog en 2CV
De ontwikkeling van de Traction Avant was een dermate kostbare exercitie voor Citroën, dat het bedrijf slechts ternauwernood weet te overleven. Michelin neemt het bedrijf over in 1934 en blijft eigenaar tot 1976. Pierre-Jules Boulanger, leider van de ontwikkel- en ontwerpafdeling en vanaf 1937 voorzitter van de raad van bestuur, begint al snel met een proces van downsizing en start de ontwikkeling van een kleine auto die geschikt moet zijn voor het Franse platteland. Het uiterlijk van de auto werd als irrelevant detail bestempeld. Een eerste prototype is gereed in 1939, maar de Tweede Wereldoorlog gooit roet in het eten.
Al het ontwikkelwerk wordt direct na de Duitse inval in Polen gestaakt en de productie van de Traction Avant wordt sterk gereduceerd. Op 3 juni 1940 bombardeert de Duitse Luftwaffe de Citroën fabrieken in Parijs. De materiële schade is enorm. Tijdens de Duitse bezetting bouwt Citroën trucks voor de Wehrmacht, maar door vertragingstactieken en sabotage frustreert het de bezetter waar mogelijk. Tegelijkertijd wordt in het geheim verder gewerkt aan nieuwe concepten.
Na de Tweede Wereldoorlog wordt dan eindelijk in 1948 de 2CV gepresenteerd. Het prototype uit 1939 was inmiddels volledig opnieuw ontworpen en vertoonde op technologisch vlak nog weinig overeenkomsten. De auto wordt een bestseller en blijft tot 1990 in productie. Alle afgeleide modellen meetellend worden er bijna 8,8 miljoen geproduceerd.
Hydropneumatische vering en de DS
In 1954 komt Citroën opnieuw met een innovatie: een zelfregulerend veersysteem. Dit systeem maakt een variabele rijhoogte afhankelijk van de kwaliteit van het wegdek en belading. De in 1955 geïntroduceerde DS (in Nederland ook bekend onder de bijnamen Snoek en Strijkijzer) verwerft faam door het ongeëvenaarde veercomfort. Daarnaast bevat de DS nog een heel scala aan creatieve innovaties. Zo is het de eerste in grote serie geproduceerde auto met schijfremmen, werd voor het eerst een plastic bezineleiding toegepast en was de auto voorzien van een gladde, geheel gesloten bodem. De hydraulische techniek en ander gebruikte materialen waren tot de DS alleen in de luchtvaart toegepast, wat de DS tot een auto maakte die zijn tijd vooruit was.
Faillissement & PSA
In 1974 gaat Citroën door de energiecrisis failliet en neemt de Peugeot Société Anonyme (PSA) het bedrijf over. Citroën en Peugeot fuseren. Critici zijn van mening dat Citroën sindsdien haar eigen identiteit heeft verloren. Met de recente introductie van de Different Spirit (DS) modellen tracht het bedrijf hen definitief de mond te snoeren.
Créative Technologie
Op de geboortedag van André Citroën wordt in 2009 de nieuwe slogan van het merk gepresenteerd: Créative Technologie. Het gaat om het vinden van slimme en verrassende oplossingen, niet slechts om zuiver technische en wetenschappelijke vooruitgang.
We kunnen niet anders dan bevestigen dat Citroën met haar historisch modellengamma een imago van creativiteit en innovatie heeft opgebouwd, wat klanten ook in 2012 nog voor het merk doet kiezen.













